Er bestaan witte druiven en blauwe druiven. Tamelijk verwarrend, want de witte druiven zijn eerder groenig en de blauwe druiven zijn eerder donkerrood. Een kleur die we niet voor niks wijnrood noemen. Het vruchtvlees van alle druiven – wit en blauw – is kleurloos. De kleur zit dus alleen in de schil van de blauwe druiven.
Rode wijn is gemaakt van blauwe druiven, waarvan de wijnboer de schillen mee laat gisten. Daardoor komt de donkerrode kleurstof uit de schil in de wijn. Rode wijn kan nooit gemaakt worden van witte druiven.
Witte wijn wordt gemaakt van witte druiven, maar kan vreemd genoeg ook gemaakt worden van blauwe druiven. De wijnboer perst dan zijn blauwe druiven onmiddellijk na het plukken en zorgt er voor dat alleen het kleurloze vruchtvlees – en absoluut geen schillen – in de gistkuip terecht komt. Zo kan er dus geen kleurstof uit de donkere schil meegisten. Witte wijn van witte druiven heet blanc de blancs (wit van witte).
Dan heb je ook nog rosé, die zit qua kleur tussen rode en witte wijn in. Veel mensen denken dat rosé een mix is van witte en rode wijn. Maar dat klopt niet. Om rosé te krijgen, gebruikt de boer blauwe druiven en laat de schillen maar een paar uurtjes meegisten. Zo geven ze maar een klein beetje kleurstof af.
Port, Sherry en Champagne
Port en sherry zijn versterkte wijnen. Dat betekent dat er meer alcohol in zit dan in gewone wijn. Dat heeft de wijnboer expres gedaan, door wat extra alcohol aan de wijn toe te voegen. Daarnaast bestaan er nog mousserende wijnen. Die noemen we ook wel bubbeltjeswijn. Je hebt vast wel eens van Champagne gehoord; dat is daar het bekendste voorbeeld van. De wijnboer laat zijn wijnen voor een tweede keer gisten, maar dan in de fles. Dat doet hij door wat gist en suiker toe te voegen aan zijn volle flessen en sluit ze stevig af met een kroonkurk. Onmiddellijk beginnen de gistcellen weer van de suiker te snoepen. Die zetten ze om in alcohol en daarbij komt dus weer een heleboel koolzuur vrij. Maar omdat de flessen stevig dicht zitten, kan het koolzuur niet ontsnappen en kan dus niet veel anders doen dan zich keurig te vermengen met de wijn. Deze methode wordt overal ter wereld toegepast, maar alleen de wijnboeren uit de Franse Champagne-streek mogen die wijn Champagne noemen. Alle mousserende wijnen die buiten de Champagne-streek worden gemaakt hebben namen als Crémant (in de rest van Frankrijk), Sekt (Duitsland), Spumante (Italië), Cava (Spanje), Vonkelwijn (Zuid-Afrika) en Sparkling wine (in de nieuwe wereld).
|